Voor u uitgezocht: eenhoofdigheid binnen een BV/ NV
Uitgebracht op : 22-08-2022 Uitgebracht op : 22-08-2022“Het gegeven dat alle aandelen in één hand zijn verenigd, evenals de identiteit van de enige aandeelhouder, moet voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap in het vennootschapsdossier worden neergelegd”.
Met deze gevleugelde woorden sluit paragraaf 4 artikel 2:8 van het WVV af. Maar wat betekent dit nu concreet voor uw vennootschap? Waar komt dit vandaan en wat zijn de gevolgen? Wij zochten het voor u uit.
A. Een kleine geschiedenisles
Voor de NV bestaat reeds lang een neerleggingsverplichting in het vennootschapsdossier omtrent (i) het gegeven dat alle aandelen in één hand verenigd zijn en (ii) de identiteit van de enige aandeelhouder. Zo maakte art. 646 van het, inmiddels opgeheven, Wetboek van Vennootschappen in haar tweede paragraaf hier ook al reeds melding van. Bij de update van het vennootschapsrecht in 2019, werd deze materie overgenomen in art. 7:231 WVV.
Art. 7:231 WVV was echter geen lang leven beschoren. Op 6 mei 2020 werd art. 7:231 WVV vervangen door het nieuwe art. 2:8, §4 WVV. Deze wijziging, ingegeven door het Europees recht met richtlijn 2009/102/EG, bracht met zich mee dat de verplichting uitgebreid werd naar de BV en sindsdien dus voor beide vennootschapsvormen geldt.
B. De neerleggingsverplichting
Zoals reeds aangehaald, bestaat er tegenwoordig een neerleggingsverplichting in het vennootschapsdossier omtrent (i) het gegeven dat alle aandelen in één hand verenigd zijn en (ii) de identiteit van de enige aandeelhouder. Deze verplichting geldt zowel wanneer één vennootschap, één vereniging, één stichting met rechtspersoonlijkheid of één natuurlijke persoon alle aandelen in volle eigendom verwerft. De regel werd ingevoerd zodat eventuele schuldeisers in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de enige aandeelhouder diens identiteit konden achterhalen.
Art. 2:8 WVV schrijft, net zoals de oude artt. 646, §2 W.Venn en 7:231 WVV, geen termijn voor waarbinnen deze neerlegging dient te gebeuren. Dit betekent echter niet dat deze neerlegging op de lange baan geschoven mag worden. Wij volgen hierbij de strekking in de rechtsleer die stelt dat er van een redelijke termijn moet uitgegaan worden.
Deze bedraagt, op basis van art. 2:8, §1 WVV, 30 dagen.
Graag willen wij ook nog even de aandacht vestigen op de vennootschap die eenhoofdig opgericht wordt. Indien dit het geval is, moet er geen specifieke neerlegging gebeuren. De eenhoofdigheid blijkt immers al uit de oprichtingsakte die als dusdanig gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad.
C. Publicatie in het Belgisch Staatsblad
Aangezien de oprichtingsakte van een nieuw opgerichte eenhoofdige vennootschap gepubliceerd wordt, zou het niet logisch zijn dat de wijziging van een meerhoofdige naar een eenhoofdige vennootschap niet gepubliceerd zou worden. Dit zou namelijk indruisen tegen de achterliggende filosofie van de bescherming van de schuldeiser.
De wetgever volgt ook deze redenering. Art. 2:14 WVV stelt namelijk dat de mededeling van het onderwerp van de stukken, die volgens het WVV enkel moeten worden neergelegd, ook bekend gemaakt moet worden. Dit betekent dus dat de identiteit van de enige aandeelhouder niet gepubliceerd wordt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad, aangezien enkel het onderwerp gepubliceerd wordt.
Voor de publicatie van deze wijziging dient het bestaande formulier Mod. 19.01 gebruikt te worden. Dit formulier wordt als volgt ingevuld:
· Formulier I, luiken A en B minstens in tweevoud origineel getekend
· Formulier II, luiken A en C in enkelvoud origineel getekend
Indien u een door de griffie afgestempeld exemplaar wenst te bekomen, dient u een derde exemplaar van Formulier I bij te voegen.
D. Consequenties op het vlak van insolventie en aansprakelijkheid
Tegenwoordig is de aansprakelijkheid van de enige aandeelhouder in dit geval beperkt ten belope van het bedrag van zijn inbreng. Een schuldeiser kan zich dus tegenwoordig enkel daarop verhalen.
Dit in tegenstelling tot het vroegere vennootschapsrecht (W.Venn.) waarbij de beperkte aansprakelijkheid in bepaalde gevallen doorbroken werd. Ter informatie geven wij u de situatie onder het vroegere vennootschapsrecht.
Hier golden verschillende regels naargelang de vennootschapsvorm en de persoon van de aandeelhouder:
· Bij een NV die tijdens haar bestaan eenhoofdig werd, werd de enige aandeelhouder geacht hoofdelijk borg te staan voor alle door de vennootschap aangegane verbintenissen ontstaan sinds de eenhoofdigheid, op voorwaarde dat de eenhoofdigheid langer dan één jaar duurde.
· Bij een BVBA die opgericht werd door meerdere vennoten (al dan niet rechtspersonen) en tijdens haar bestaan eenhoofdig werd, gold hetzelfde aansprakelijkheidsregime als hierboven.
· Wanneer de enige aandeelhouder een natuurlijke persoon was, kon deze aansprakelijk gesteld worden voor de schulden van een andere bijkomende eenmans-bvba die hij had opgericht of waarvan hij tijdens het bestaan enige vennoot werd, zonder dat hiervoor een regularisatietermijn speelde.
Steenweg Deinze 124 B
B-9810 Nazareth - België
+32 (0)9 384 93 39
webmaster@bebotax.com
RPR Gent afd. Gent - BTW BE 0438.569.761
