Verlengde - huidige steunmaatregelen in verband met COVID-19

Uitgebracht op : 02-03-2021 Uitgebracht op :
02-03-2021

1.     Investeringsaftrek 

Investeringen die voldoen aan de wettelijke voorwaarden geven recht op een investeringsaftrek. Die aftrek is gelijk aan een bepaald percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van die investeringen.

Ten gevolge van de COVID-19-pandemie werd het recht op een verhoogde investeringsaftrek met twee jaar verlengd, namelijk tot 31 december 2022.

De onderstaande percentages zijn aldus van toepassing voor de investeringen gedaan in 2020 tijdens het belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2021. Het betreft vaste activa die tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 zijn verworven of tot stand gebracht.

1.1.          Verlengde investeringsaftrek AJ 2021

1.1.1.      Voor natuurlijke personen

      -   Investeringen in beveiliging: 20,5 %

-      Andere investeringen:  

Ø    verkregen of tot stand gebracht tot 01/01/2019 en 31/12/2019: 20%
Ø  verkregen of tot stand gebracht tot 01/01/2020 en 31/12/2020: 8%
Ø  verkregen of tot stand gebracht tot 12/03/2020 en 31/12/2020: 25%*
*Overeenkomstig de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III) (B.S. 23 juli 2020)

1.1.2.      Voor vennootschappen

Alle vennootschappen:

 -     Octrooien, milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling, energiebesparende investeringen en rook
         afzuig- of verluchtingssystemen in horeca-inrichtingen: 13,5 %

Opgelet, vennootschappen die onherroepelijk hebben geopteerd voor het in artikel 289quater van het WIB 1992 vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling kunnen vanaf het aanslagjaar waarin zij die keuze maakten, niet meer genieten van de investeringsaftrek voor octrooien en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling;

       -     Investeringen tot aanmoediging van het hergebruik van verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten: 3 %

Kleine vennootschappen:

   -    Digitale investeringen: 13,5 %
   -    Investeringen in beveiliging: 20,5 %
   -    Andere investeringen:

Ø  verkregen of tot stand gebracht tot 01/01/2019 en 31/12/2019: 20%
Ø  verkregen of tot stand gebracht tot 01/01/2020 en 31/12/2020: 8%
Ø  verkregen of tot stand gebracht tot 12/03/2020 en 31/12/2020: 25%* 

Deze percentages van 25% of 8% gelden enkel als de vennootschap onherroepelijk heeft verzaakt aan de in de artikelen 205bis tot 205novies van het WIB 1992 bedoelde aftrek voor risicokapitaal (notionele interestaftrek).

Vennootschappen die uitsluitend winst uit zeescheepvaart verkrijgen:

-      investeringen in zeeschepen: 30 %

 

1.2.          Gespreide investeringsaftrek AJ 2021

Natuurlijke personen die op de eerste dag van het belastbaar tijdperk verbonden aan aanslagjaar 2021 minder dan 20 werknemers tewerkstellen, kunnen de investeringsaftrek voor de in dat belastbaar tijdperk verkregen of tot stand gebrachte activa spreiden over de afschrijvingsperiode van die activa. De aftrek bedraagt dan 10,5% van de afschrijvingen die voor elk belastbaar tijdperk van die periode worden aangenomen.

Deze kan op 20,5% van de afschrijvingen worden gebracht indien het milieuvriendelijke investeringen betreft voor onderzoek en ontwikkeling die tijdens het belastbaar tijdperk verbonden aan aanslagjaar 2020 door natuurlijke personen of vennootschappen zijn verkregen of tot stand gebracht. Hier wordt het aantal werknemers niet in rekening gebracht.

Opgelet, dezelfde bemerking als hierboven blijft gelden! Vennootschappen die onherroepelijk hebben geopteerd voor het in artikel 289quater van het WIB 1992 vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling kunnen vanaf het aanslagjaar waarin zij die keuze maakten, niet meer genieten van de investeringsaftrek voor octrooien en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling.

Inzake de investeringsaftrek is het belangrijk dat wij als boekhoud- en fiscaal kantoor tijdig op de hoogte worden gebracht van geplande investeringen. Dit maakt het voor ons mogelijk om de voorwaarden na te gaan betreffende de investeringsaftrek.

Een tweede belangrijk punt voor aanslagjaar 2021 is het aanvragen van attesten gelet op de verhoging van de investeringsaftrek. Dit attest worden afgeleverd door het Gewest (*) waar de investering plaatsvindt en moet ter beschikking van de administratie worden gehouden. Het betreft attesten voor de volgende investeringen: attesten voor milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling en attesten voor energiebesparende investeringen.

Deze attesten kunnen worden aangevraagd bij de diensten van het gewest van de plaats van investering.

Indien er geen geldig attest aan de fiscus kan voorgelegd worden, kan de investeringsaftrek geweigerd worden. De termijn wordt beschouwd als van openbare orde.(*)

Energiebesparende investeringen

 

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vlaamse Overheid
Vlaams Energieagentschap
Graaf de Ferraris-gebouw
Koning Albert II-laan 20, bus 17
1000 Brussel

Tel.: 02 553 46 00

http://www.energiesparen.be

Service public de Wallonie
Direction générale opérationnelle Aménagement du territoire, Logement, Patrimoine et Energie
Département de l'Energie et du Bâtiment durable
Rue des brigades d’Irlande 1
5100 Jambes

Tel.: 081 48 63 35

www.energie.wallonie.be

Leefmilieu Brussel
Thurn & Taxis-site
Havenlaan 86c/3000
1000 Brussel

Tel.: 02 775 75 75

www.leefmilieu.brussels

Milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling 

Vlaams Gewest 

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vlaamse Overheid
Departement Omgeving
Afdeling Partnerschappen met besturen en maatschappij
Graaf de Ferraris-gebouw
Koning Albert II-laan 20, bus 8
1000 Brussel

Tel.: 02 553 85 03

www.lne.be

Service public de Wallonie
Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement
Chaussée de Louvain 14
5000 Namur

Tel.: 081 64 95 92
Fax: 081 64 95 33

www.environnement.wallonie.be

Leefmilieu Brussel
Thurn & Taxis-site
Havenlaan 86c/3000
1000 Brussel

Tel.: 02 775 76 24
Fax: 02 775 75 05

www.leefmilieu.brussels

 2.     Afbetalingsplan voor fiscale schulden

Ondernemingen, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, ongeacht de sector van activiteiten, die kunnen aantonen effectieve hinder te ondervinden ten gevolge van het coronavirus kunnen dit aanvragen. De steunmaatregel kan niet worden toegekend aan ondernemingen die onafhankelijk van het coronavirus structurele betaalmoeilijkheden kennen.

Het afbetalingsplan kan gevraagd worden voor volgende fiscale schulden:

-        Bedrijfsvoorheffing;
-        Btw;
-        Personenbelasting;
-        Vennootschapsbelasting;
-       Rechtspersonenbelasting.

Men kan voor deze schulden ook een gegarandeerde vrijstelling van nalatigheidsinteresten en een kwijtschelding van boeten wegens niet-betaling vragen.

De steunmaatregelen zullen worden ingetrokken wanneer het toegestane betalingsplan niet werd nageleefd of wanneer er een collectieve insolventieprocedure ontstaat.

Men kan dit aanvragen tot en met 31 maart 2021. Men moet een aanvraag, die geldt voor zowel het afbetalingsplan, de vrijstelling van nalatigheidsinteresten en de kwijtschelding van de boetes, indienen op het ogenblik van ontvangst van een aanslagbiljet of betaalbericht. Deze aanvraag dient per e-mail of brief te worden bezorgd aan het Regionaal Invorderingscentrum bevoegd voor je gemeente.

Voor buitenlandse ondernemingen is het bevoegde RIC het Regionaal Invorderingscentrum Brussel 1.

Voorwaarden:

-        U moet een ondernemingsnummer (KBO) hebben.
-        U moet kunnen aantonen dat u hinder ondervindt door de verspreiding van Covid-19
      (bijvoorbeeld door een daling van het omzetcijfer, een aanzienlijke daling van de bestellingen
      en/of reservaties, de gevolgen van een ‘kettingreactie’ met partnerondernemingen …).
-        U mag geen structurele betaalmoeilijkheden hebben, onafhankelijk van Covid-19.
-        U moet de voorwaarden voor het indienen van de aangiften naleven.
-        De schulden mogen niet voortvloeien uit fraude.

Deze maatregel wordt verlengd tot 30 juni 2021.

3.     Forfaitaire belastingplichtigen

Sommige forfaitaire belastingplichtigen kunnen een inventaris van hun niet verkochte en vernietigde goederen opmaken om hun omzet aan te passen aan de coronacrisis:

-        Foornijveraars (F19), wanneer zij hun goederen tijdens deze crisis niet kunnen blijven verkopen,
      inclusief de goederen bestemd voor ‘meeneem’. De bederfbare goederen die zij tijdens
      deze coronacrisis niet konden verkopen, werden bijgevolg vernietigd.
-       Caféhouders (F04-24), wanneer zij door de verplichte sluiting ten gevolge van de coronacrisis
      bederfbare goederen hebben moeten vernietigen.

3.1.          Tolerantie inzake BTW

Op de datum van heropening van hun inrichting zullen deze belastingplichtigen, per koopwarengroep, een eenmalige inventaris kunnen opmaken van de niet verkochte en vernietigde goederen als gevolg van de coronacrisis.

Deze eenmalige inventaris moet per koopwarengroep de volgende vermeldingen bevatten:

-        het nummer en de datum van de factuur;
-        de aard van de bederfbare goederen;
-        de hoeveelheid en de inkoopprijs van de niet verkochte en vernietigde bederfbare goederen.

In principe hebben de bederfbare goederen in voorraad een vervroegde taxatie ondergaan. Vermits deze goederen niet doorverkocht konden worden, moeten deze ontheven worden van de forfaitaire belasting. Voor het 4de kwartaal van 2020 en de kwartalen van 2021 waarin de verplichting tot sluiting werd gehandhaafd, kunnen de in die inventaris per koopwarengroep opgenomen waarden in mindering gebracht worden van de waarden, per koopwarengroep, waarop de forfaitaire coëfficiënten gewoonlijk toegepast worden.

 Deze tolerantie kan niet toegepast worden:

-        wanneer deze belastingplichtigen gewoonlijk reeds een inventaris bijhouden,
-        wanneer zij de bederfbare goederen toch konden verkopen
      (bijvoorbeeld omdat ze een gemengde activiteit uitoefenen of
      omdat de goederen verkocht werden aan een collega-uitbater),
-        wanneer de goederen werden teruggenomen door de leveranciers (bijvoorbeeld de brouwers). 

3.2.          Inkomstenbelastingen

De FOD Financiën zal met de inventaris van de niet verkochte en vernietigde goederen rekening houden bij de uitwerking van de forfaitaire grondslagen van aanslag inzake inkomstenbelastingen voor de betrokken belastingplichtigen.

4.     Carry back voor coronaverliezen

Een vennootschap kan voor het aanslagjaar 2019 of 2020 dat verband houdt met een boekjaar dat afgesloten werd tussen
13 maart 2019 tot 31 juli 2020, aanspraak maken op de tijdelijke vrijstelling van het geheel of een deel van het resultaat van het belastbare tijdperk vanwege eventuele verliezen die worden geleden in de loop van het volgende belastbare tijdperk
dat verbonden is naar gelang het geval met het aanslagjaar 2020 of 2021.

Deze tijdelijk vrijgestelde reserve mag voor slechts één belastbaar tijdperk dat wordt afgesloten in de periode van
13 maart 2019 tot 31 december 2020 worden gevormd. Voor het aanslagjaar waarvoor de vennootschap aanspraak wil maken op de vrijgestelde reserve dient het formulier 275 COV ingevuld en toegevoegd te worden.

5.     Waardeverminderingen op handelsvorderingen

De fiscus heeft in de circulaire 2020/C/45 bevestigd dat de crisis door het virus Covid-19 kan worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid die de vrijstelling rechtvaardigt van waardeverminderingen op handelsvorderingen.

De voorwaarden zijn:

-        Het stelsel van de waardeverminderingen op handelsvorderingen is
      zowel van toepassing op vennootschappen als op natuurlijke personen die belastbaar
      zijn op hun winsten zoals bedoeld in art. 23, § 1, WIB 92;
-        De verliezen moeten scherp omschreven zijn wat hun voorwerp betreft,
      d.w.z. betrekking hebben op één of meer behoorlijk geïdentificeerde vorderingen;
-        De waarschijnlijkheid ervan moet voor iedere vordering blijken uit bijzondere omstandigheden
      die zich hebben voorgedaan tijdens het belastbare tijdperk en op het einde daarvan nog bestaan,
      en niet uit een louter algemeen risico;
-        De corona-crisis is een bijzondere omstandigheid die een vrijstelling rechtvaardigt
      van waardeverminderingen op handelsvorderingen op ondernemingen die
      een betalingsachterstand hebben als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg van de Corona maatregelen;
 -       De waardeverminderingen moeten geboekt zijn bij de afsluiting van de boekhouding
       van het belastbare tijdperk en hun bedrag moet in één of meer afzonderlijke rekeningen voorkomen;
-        De waardeverminderingen moeten opgenomen zijn in een opgave 204.3 waarvan de bijlagen,
      voor elke vordering afzonderlijk beschouwd, naast de identiteit en het adres van de schuldenaar,
      de bedragen van de vordering en van de geboekte waardevermindering, evenals de verantwoording
      (korte maar precieze vermelding van de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan tijdens
      het boekjaar waardoor het door de waardevermindering gedekte verlies voor waarschijnlijk
      mag worden gehouden) moeten aangeven.
      Die opgave moet in principe worden gevoegd bij de aangifte in de inkomstenbelastingen.

 6.     Wederopbouwreserve  

Om de solvabiliteit te versterken heeft de federale regering beslist dat vennootschappen een wederopbouwreserve kunnen aanleggen op het einde van het boekjaar met betrekking tot de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024.
Door deze aanleg van een wederopbouwreserve, worden de winsten van deze aanslagjaren gedeeltelijk vrij gesteld ten belope van de geleden coronaverliezen.

Het maximumbedrag van deze wederopbouwreserve is in principe beperkt tot het bedrijfsverlies van het boekjaar op de afsluitdatum van het boekjaar in 2020, met als maximum € 20 miljoen.

Hierbij moet o.m. aan volgende voorwaarden worden beantwoord:

-   de wederopbouwreserve is onderworpen aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde,
     dit betekent dat deze vrijgestelde reserve belastbaar wordt uiterlijk bij het sluiten van de vereffening;
-   de vennootschappen die banden hebben met belastingparadijzen worden uitgesloten van het voordeel
     van deze vrijstelling;
-   de vennootschappen, die in de periode van 12 maart 2020 tot en met de dag van de
     indiening van de aangifte die verbonden is aan het aanslagjaar waarin de wederopbouwreserve
     wordt aangelegd, een kapitaalvermindering, een inkoop van eigen aandelen verrichten of dividenden
     uitkeren of toekennen, kunnen geen enkel bedrag, dat in boekhoudkundig opzicht aan de
     wederopbouwreserve zou worden toegekend, in aanmerking nemen voor deze belastingvrijstelling;
-   in de resultatenrekening moet de post '620 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen'
     minstens 85% bedragen van het bedrag op afsluitdatum van het boekjaar 2019.

Deze maatregel wordt geregeld door de Wet van 19 november 2020 houdende de invoering van een wederopbouwreserve voor vennootschappen.

De belastingplichtige is verplicht een formulier volgens het door de Koning vastgestelde model bij de aangifte inkomstenbelasting te voegen voor de aanslagjaren waarin de vrijstelling toegepast wordt.

7.     Schorsing van de invordering van coronaschulden 

Heb je als ondernemer enkel ‘coronaschulden’ (dit zijn fiscale en niet-fiscale schulden ontstaan vanaf 1 januari 2020),
dan wordt de invordering van die ‘coronaschulden geschorst tot 31 maart 2021. De schulden zijn daarmee niet kwijtgescholden en ook de nalatigheidsinteresten blijven lopen tijdens de schorsing.

Wie niet kan betalen, neemt dus best contact op met een van de infocenters om een oplossing te zoeken.

De schorsing van de invordering geldt niet voor:

-       schulden die voortvloeien uit een vastgestelde fraude of uit een georganiseerd onvermogen;
-       verbeurdverklaringen;
-       penale boeten (met in het bijzonder de coronaboeten);
-       schulden van alimentatievorderingen (onderhoudsgeld).

8.   Maatregelen nog in de pijplijn

Op 26 februari 2021 werd er een voorontwerp van wet houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie goedgekeurd. Deze wet omvat de verlengingen en nieuwe maatregelen aangekondigd op het kernkabinet van 12 februari.

 Volgende maatregelen zijn dus nog in voorbereiding:

8.1.     Vrijstelling coronapremies nog tot eind 2021 

De fiscale vrijstelling van de vergoedingen die naar aanleiding van de Covid-19-pandemie door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten zijn toegekend, wordt verder verlengd tot 31 december 2021.

8.2.     De vrijstelling voor overuren 

De fiscale vrijstelling voor bezoldiging van overuren in de cruciale sectoren (o.m. de zorgsector) wordt uitgebreid tot het tweede kwartaal van 2021. Het aantal vrijstelbare vrijwillige overuren wordt op 120 uren behouden voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 samen.

8.3.     Tax shelter COVID-19

8.3.1.          Versoepelingen aan de huidige regeling 

Er werden een aantal tijdelijke fiscale maatregelen doorgevoerd ingevolge de coronacrisis:

-    Voor de podiumkunsten kan de termijn van 24 maanden om de uitgaven te doen,
      met 12 maanden verlengd worden;
-    Voor de audiovisuele sector kan de termijn van 18 maanden (24 maanden voor animatie)
      om de uitgaven te doen, met 12 maanden verlengd worden.
-    De termijn van drie maanden na de ondertekening van de raamovereenkomst,
      waarin de investeerder de sommen moet storten, kan met drie maanden verlengd worden.
-    Het audiovisueel werk of de podiumproductie bepaald in de raamovereenkomst,
      kan vervangen worden door een ander werk.
-    Uitgaven voor voorstellingen van podiumproducties, die waren geprogrammeerd binnen de maand
     na de première, maar die niet hebben kunnen plaatsvinden als gevolg van het verbod door de overheid,
     worden beschouwd als productie- en exploitatie-uitgaven gedaan binnen de maand na de première. 

8.3.2.          Invoering van de tax shelter financiering voor podiumwerken die uitsluitend worden vertoond door middel van live streaming 

De fiscus heeft de Circulaire 2020/C/134 over de gevolgen van de crisis door Covid-19 op het tax shelter stelsel voor podiumwerken gepubliceerd. Deze circulaire voert een tijdelijke fiscale maatregel in waardoor podiumwerken die uitsluitend worden vertoond door middel van live streaming in aanmerking komen voor tax shelter financiering.

Deze maatregel geldt tot 31 maart 2021, voor zover de beperkende maatregelen die werden genomen in het kader van de crisis door Covid-19 en die verband houden met de sluiting van de schouwspelzalen en andere voorstellingsruimtes of met het maximum aantal toegelaten toeschouwers, in die periode nog van kracht zijn.

Deze 'Tijdelijke maatregelen voor de toepassing van het stelsel Tax Shelter voor Audiovisueel en voor Podium ter gevolge van de crisis door COVID-19 en de beperkende maatregelen die in dat verband werden opgelegd' kan je terugvinden in de Programmawet van 20 december 2020 die ondertussen werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

8.4.     Maatregelen die eind vorig jaar al verlengd waren tot 31 maart 2021, en nu opnieuw verlengd worden met drie maanden, tot 30 juni 2021:

-     de verlaging tot 15% van de bedrijfsvoorheffing voor tijdelijk werklozen;
-     het niet in rekening brengen van de bezoldigingen voor studentenarbeid in de zorg
      en het onderwijs voor de berekening van de bestaansmiddelen;
-     de regeling waarbij er geen bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden op de bezoldigingen
      voor studentenarbeid in de zorg en het onderwijs wordt uitgebreid naar de bezoldigingen
      voor prestaties in het tweede kwartaal in die sectoren;
-     de btw-verlaging tot 6% voor mondkapjes en handgels;
-     de vrijstelling voor notariële volmachten;
-     het “individuele uitstel op aanvraag” voor betaling van personenbelasting, vennootschapsbelasting,
      bedrijfsvoorheffing en btw, voor ondernemingen die kunnen bewijzen dat ze hinder ondervinden
      door de pandemie.
 

8.5.     Optrekking grens voor een belastingvrije thuiswerkvergoeding  

Van €129,48 tot €144,41 voor de periode van 1 april 2021 tot 30 juni 2021.

8.6.     Kwijtschelding huur 

De opvallendste maatregel is echter gloednieuw: een belastingvermindering van 30% voor verhuurders die de huur kwijtschelden van huurders die hun zaak verplicht moesten sluiten wegens de coronamaatregelen. De maatregel is geldig voor de huur van de maanden maart, april en mei 2021. Per huurovereenkomst kan maximaal €5 000 per maand in aanmerking komen voor de belastingvermindering, per verhuurder maximaal €45 000.

In de vennootschapsbelasting wordt het voordeel toegekend onder de vorm van een niet terugbetaalbaar belastingkrediet.

8.7.     BTW en accijnsrechten: lagere nalatigheidsinteresten

Voorts wil de regering de tarieven voor nalatigheids- en moratoriuminteresten in de btw en accijnsrechten aligneren op die in de inkomstenbelastingen. Dat wil zeggen dat het tarief drastisch zal dalen van 9,6% tot respectievelijk 4 en 2%.
Ook de hoge btw-boete voor te late betaling zal gemilderd worden en dalen van 15% naar 10%.

Zowel de aanpassing van de interestvoeten als de boete geldt enkel voor het tweede kwartaal 2021.

8.8.     Verlaging minimumdrempels teruggave van BTW 

Met ingang van 1 januari van dit jaar werd reed beslist dat startende bedrijven elke maand een terugbetaling van
hun btw-krediet kunnen vragen.

Voortaan kan men voor kleinere bedragen een teruggave van de btw vragen. De nieuwe drempels zijn: 400 EUR voor periodieke aangiften, 50 EUR voor starters of eindejaaraangiften.

8.9.     Afschaffing decembervoorschot BTW en BV 

Ten slotte wordt het decembervoorschot in de BTW vanaf december 2021 definitief afgeschaft, in december 2020 gebeurde dit al eenmalig. Nieuw is dat dit jaar tegelijk ook het decembervoorschot in de bedrijfsvoorheffing
(art. 412, lid 4 en 5, WIB 92) afgeschaft wordt.

8.10.  Circulaire 2021/C/20 over tussenkomsten van de werkgever voor thuiswerk 

De forfaitaire terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een maximumbedrag van 129,48 euro wordt veralgemeend. De administratie zal dit nu ook aanvaarden buiten de context van de corona pandemie
(zie ook tijdelijke verhoging binnen context corona pandemie).

De terbeschikkingstelling of terugbetaling door de werkgever van kantoormeubilair en informaticamateriaal die noodzakelijk zijn om de beroepsactiviteit thuis op een normale wijze uit te voeren, geeft geen aanleiding tot het belasten van een voordeel van alle aard.

 
Bebotax BV
Steenweg Deinze 124 B
B-9810 Nazareth - België

+32 (0)9 384 93 39
webmaster@bebotax.com
RPR Gent afd. Gent - BTW BE 0438.569.761
Belangrijke informatie
Disclaimer
Laatst gewijzigd : 23/12/2025
@notifyRender