Tax shelter voor de productie van audiovisuele en cinematografische werken
Uitgebracht op : 12-08-2014 Uitgebracht op : 12-08-20141. Algemeen
De tax shelter is een fiscale stimulans voor vennootschappen om de productie van audiovisuele en cinematografische werken in België aan te moedigen. Wie investeert in erkende audiovisuele werken kan genieten van een fiscale vrijstelling, uiteraard mits naleving van een aantal voorwaarden, zowel voor de investeerder als voor de producent.
De regeling werd ingevoerd als het artikel 194ter WIB 92 door de programmawet van 2 augustus 2002 (B.S. 29 augustus 2002) en nadien verschillende malen gewijzigd.
De meest recente wijziging werd ingevoerd door de wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling (1) (B.S. 28 juni 2013).
Een wetsontwerp van 27 maart 2014 (Parl. St. Kamer 2013-2014 nr. 53 3490/001) voorziet in ingrijpende wijzigingen in de regelgeving.
In afwachting geven wij u een overzicht van de regeling zoals ze momenteel van kracht is.
2. Wie kan beroep doen op de vrijstelling?
De vrijstelling geldt voor Belgische vennootschappen en voor Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen. Televisieomroepen en ondernemingen die als voornaamste doel hebben de ontwikkeling en de productie van audiovisuele werken zijn uitgesloten van de regeling.
3. Ten gunste van welke vennootschappen moet worden geïnvesteerd?
De investeringen moeten gebeuren ten gunste van binnenlandse vennootschappen voor de productie van audiovisuele werken. Met deze vennootschappen wordt door de investeerder een raamovereenkomst gesloten. De productievennootschap mag op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst geen achterstallen hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Met audiovisueel werk wordt bedoeld:
- een langspeelfilm, een documentaire of een animatiefilm bestemd om in een bioscoop te worden vertoond
- een animatieserie voor televisie
- een documentaire voor televisie
- een langspeelfilm voor televisie
Het audiovisueel werk moet door de bevoegde diensten van de Vlaamse, Franse of Duitse Gemeenschap worden erkend als Europees werk zoals bedoeld in de richtlijn “Televisie zonder Grenzen” van 3 oktober 1989 (PB L 298 van 17 oktober 1989).
4. Wijze van investeren
De vennootschap die wil investeren sluit een raamovereenkomst met een binnenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken.
Voor vrijstelling komen in aanmerking:
- de sommen die in het kader van de uitvoering van de raamovereenkomst werkelijk door de investerende vennootschap zijn betaald
- de sommen waartoe de investerende vennootschap zich heeft verbonden deze te storten ter uitvoering van de raamovereenkomst.
De aanwending van deze sommen kan gebeuren door:
- de toekenning van leningen
- het verwerven van rechten verbonden aan de productie en de exploitatie van het audiovisuele werk. Het rendement dat de investerende vennootschap uit deze rechten mag halen is wettelijk geplafonneerd en wordt doorgaans behaald via een terugkoopclausule in de raamovereenkomst.
5. Verplichte vermeldingen van de raamovereenkomst
De raamovereenkomst moet een aantal wettelijke verplichte vermeldingen bevatten:
- de benaming en het maatschappelijk doel van de productievennootschap
- de benaming en het maatschappelijk doel van de vennootschap die investeert
- het totaal van de aangewende sommen en de juridische vorm ervan, met een gedetailleerde opgave per bedrag
- de identificatie en de beschrijving van het erkende audiovisuele werk
- het budget van de uitgaven die nodig zijn voor het audiovisuele werk, met specificatie wie welk deel van het budget financiert
- de overeengekomen wijze waarop de aangewende bedragen worden vergoed
- waarborg dat de partijen geen televisieomroep zijn
- waarborg dat de investerende vennootschap geen kredietinstelling is
- verbintenis van de productievennootschap:
· dat de productie – en exploitatiekosten van het audiovisuele werk, die in België worden gedaan, ten minste 90 % bedragen van de sommen die zijn aangewend voor de uitvoering van de raamovereenkomst
· dat het totaal van de sommen die in uitvoering van de raamovereenkomst zullen worden betaald, niet meer bedragen dan 50 % van het totale budget van de kosten van het audiovisuele werk
· dat het totaal van de sommen die in de vorm van leningen zijn geïnvesteerd niet meer bedraagt dan 40 % van de sommen die ter uitvoering van de raamovereenkomst zijn aangewend
· dat tenminste 70 % van de uitgaven worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks met de productie verbonden zijn.
6. Bijkomende voorwaarden om de fiscale vrijstelling te genieten
Naast de voorwaarden opgenomen in de raamovereenkomst moeten er bijkomend nog een aantal voorwaarden worden vervuld om de fiscale vrijstelling te genieten.
a. Voorwaarden in hoofde van de investeringsvennootschap:
- De vrijgestelde winst moet op een afzonderlijke rekening van het passief worden geboekt (onaantastbaarheidsvoorwaarde) en moet daar geboekt blijven tot op de dag waarop het laatste van de vereiste attesten wordt ontvangen.
- De vrijstelde winst mag niet ten grondslag dienen voor de berekening van enige beloning of toekenning tot op de dag waarop het laatste van de vereiste attesten wordt ontvangen. Deze voorwaarde moet op ononderbroken wijze worden nageleefd.
- De schuldvorderingen en de eigendomsrechten die worden verkregen uit de raamovereenkomst moeten in volle eigendom behouden blijven bij de oorspronkelijke houder en dit tot de verwezenlijking van het audiovisuele werk (met een maximum van 18 maanden vanaf de datum van de raamovereenkomst). Deze voorwaarde moet op ononderbroken wijze worden nageleefd.
b. Voorwaarden in hoofde van de productievennootschap:
- Het totaal van de investeringen die met vrijstelling van belastbare winst wordt gedaan, mag niet hoger liggen dan 50 % van het totale budget van de kosten voor het erkende audiovisuele werk. Deze voorwaarde moet op ononderbroken wijze worden nageleefd.
- De investering mag voor maximum 40 % gefinancierd worden met leningen. Deze voorwaarde moet op ononderbroken wijze worden nageleefd.
7. Aangifte vennootschapsbelasting
Bij de fiscale aangifte in de vennootschapsbelasting moeten de volgende documenten worden gevoegd:
- een kopie van de raamovereenkomst
- een attest waarin de betrokken gemeenschap bevestigt dat het werk beantwoordt aan de definitie van erkend Belgisch audiovisueel werk
In de fiscale aangifte wordt het bedrag van de vrijstelling opgenomen bij de vrijgestelde reserves.
Binnen de vier jaar na de afsluiting van de raamovereenkomst moet een document worden voorgelegd waarin het controlekantoor waarvan de producent afhangt, verklaart dat:
- de voorwaarden betreffende de kosten in België werden nageleefd
- het totaal bedrag van de daadwerkelijk gestorte sommen in uitvoering van de raamovereenkomst niet meer bedraagt dan 50 % van het totaal budget van de kosten voor het audiovisueel werk
- het totaal van de sommen die in de vorm van leningen zijn geïnvesteerd, niet meer bedraagt dan 40 % van de sommen die ter uitvoering van de raamovereenkomst zijn aangewend
- de vennootschap de sommen waarvoor vrijstelling wordt gevraagd werkelijk heeft betaald aan de productievennootschap binnen een termijn van 18 maanden vanaf de datum van afsluiting van de raamovereenkomst
Binnen de vier jaar na de afsluiting van de raamovereenkomst moet een document worden voorgelegd waarin de betrokken gemeenschap bevestigt dat de productie van het werk is voltooid en dat de globale financiering van het werk de grens van 50 % van het totale budget van de kosten voor het audiovisuele werk niet overschrijdt.
De fiscale vrijstelling is definitief verworven als aan de investerende vennootschap deze laatste attesten zijn overhandigd en van zodra deze bij de fiscale aangifte zijn gevoegd. Op dat moment mogen de voorheen vrijgestelde reserves bij de beschikbare reserves worden gevoegd. In de aangifte wordt de fiscale neutraliteit bewaard door een verhoging van de begintoestand van de reserves.
8. Het vrijgestelde bedrag
Het vrijgestelde bedrag bedraagt 150 % van het geïnvesteerde bedrag en is beperkt tot maximaal de helft van de belastbare gereserveerde winst van het belastbare tijdperk, met een absoluut maximum van € 750.000,00 per jaar.
Als er voor een bepaald belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winsten zijn, dan wordt de voor dat belastbaar tijdperk niet verleende vrijstelling overgedragen naar de volgende belastbare tijdperken, zonder dat het jaarlijkse maximum mag worden overschreden worden. Bovendien is de overdraagbaarheid in de tijd beperkt. De overdracht kan uiterlijk gebeuren tot het aanslagjaar dat verband houdt met het belastbare tijdperk dat het belastbare tijdperk voorafgaat tijdens hetwelk het laatste van de vereiste fiscale attesten wordt ontvangen.
Steenweg Deinze 124 B
B-9810 Nazareth - België
+32 (0)9 384 93 39
webmaster@bebotax.com
RPR Gent afd. Gent - BTW BE 0438.569.761
