Het nieuwe erfrecht vanaf september 2018
Uitgebracht op : 21-12-2017 Uitgebracht op : 21-12-2017Op 1 september 2017 werd het nieuwe erfrecht gepubliceerd.[1] Deze nieuwe wetgeving zal in werking treden op 1 september 2018. Alle nalatenschappen die openvallen na die datum zijn onderworpen aan de nieuwe regels. Toch kan het in sommige gevallen noodzakelijk en/of aangewezen zijn om reeds voorbereidingen te treffen voor de effectieve inwerkingtreding.
Deze wetswijziging is een van de meest ingrijpende wetswijzingen betreffende het erfrecht sinds jaren. De hervorming maakt dat personen vrijer over hun nalatenschap zullen kunnen beschikken. De hervorming van het erfrecht zoals ze blijkt uit de wet is opgebouwd rond de volgende krachtlijnen.
A. Wijziging van de regels met betrekking tot de erfrechtelijke reserve
1. Beperking wettelijke reserve kinderen
In België krijgt elk kind, indien er geen testament is opgesteld een gelijk deel van de nalatenschap. De reserve wordt tot op heden afhankelijk gemaakt van het aantal kinderen. Het overige gedeelte van de nalatenschap is het beschikbaar gedeelte waarover de erflater vrij kan beschikken.
|
Aantal kinderen |
Reserve van de kinderen |
Beschikbaar gedeelte |
|
1 kind |
1/2e van de nalatenschap |
1/2e van de nalatenschap
|
|
2 kinderen
|
2/3e van de nalatenschap |
1/3e van de nalatenschap |
|
3 of meer kinderen
|
3/4e van de nalatenschap |
1/4e van de nalatenschap |
Het nieuwe erfrecht stipuleert dat de reserve ongeacht het aantal kinderen gelijk zal zijn aan de helft van de nalatenschap.
|
Aantal kinderen |
Reserve van de kinderen |
Beschikbaar gedeelte |
|
Ongeacht aantal kinderen |
1/2e van de nalatenschap |
1/2e van de nalatenschap
|
Ouders zullen hun kinderen nog steeds niet kunnen onterven maar ze beschikken over de helft van de nalatenschap. Dit maakt dat de erflater een grotere bewegingsmarge heeft om aan personen van zijn of haar keuze te schenken of te legateren.
De reserve van de langstlevende echtgenoot blijft behouden. Dit bestaat uit het vruchtgebruik op de gezinswoning en het huisraad dan wel het vruchtgebruik op 50% van de nalatenschap. Het nieuwe erfrecht stipuleert dat het vruchtgebruik eerst moet worden uitgeoefend op het beschikbaar deel. Op die manier verkrijgen de kinderen hun reserve in volle eigendom.
2. Afschaffing reserve bloedverwanten in de opgaande lijn
Indien de erflater geen kinderen nalaat voorziet het huidige erfrecht in een voorbehouden erfdeel voor de bloedverwanten in de opgaande lijn.
Met het nieuwe erfrecht behouden de bloedverwanten wel hun erfrecht maar ze zijn niet langer onaantastbaar. Indien u als erflater niets voorziet en u hebt geen afstammelingen dan zullen de bloedverwanten in opgaande lijn nog steeds hun deel van de nalatenschap ervan. Het is echter mogelijk om hen dit te ontnemen met de nieuwe regeling. Zijn de ouders van de erflater echter zorgbehoevend, dan kunnen zij nog steeds aanspraak maken op een onderhoudsvordering.
3. Reserve in natura vervangen door reserve in waarde
De kinderen hebben als reservataire erfgenamen recht op hun reserve in natura. Indien de reserve van een van de kinderen geschonden wordt doordat de erflater tijdens zijn leven te veel giften gedaan heeft, dan kunnen de kinderen de terugkeer van de geschonken goederen in natura vorderen naar de nalatenschap.
Dit bracht heel wat onzekerheid met zich mee. Personen die een schenking ontvingen, zoals een onroerend goed, moesten dit dan in natura terug inbrengen. Deze reserve in natura in nu omgevormd naar een reserve in waarde. De andere erfgenamen kunnen enkel nog de tegenwaarde opeisen van de schenkingen.
4. Waardering van schenkingen
Tot op heden gebeurt de waardering van de schenkingen met het oog op het samenstellen van de fictieve massa op het tijdstip van het overlijden. Met het nieuwe erfrecht zou de waardering voortaan gebeuren op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden.
Door deze wijziging wordt eenvormigheid bereikt met de waardering van de schenkingen met het oog op de inbreng. (zie punt 2)
B. Inbreng van giften
Ook de inbreng van giften werd grondig gewijzigd. De inbreng betreft de handeling waarbij de wettelijke erfgenaam, die een gift bij leven of testament heeft ontvangen, hetgeen hij of zij verkregen heeft opnieuw in de massa brengt op het moment van overlijden. Dit met de bedoeling om de gelijkheid tussen de erfgenamen onderling te bewaren.
Naargelang het gaat over de schenking van roerende en onroerende goederen gebeurt de inbreng op een andere manier. De inbreng van onroerende goederen gebeurt in natura en volgens de waarde op datum van de verdeling. De inbreng van roerende goederen gebeurt door mindere ontvangst en volgens de waarde op het ogenblik van de schenking.
Met de wetswijziging zal de inbreng van alle giften, ongeacht of het roerende of onroerende goederen betreft, gebeuren op dezelfde wijze. Voortaan zal er ingebracht worden in waarde en op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot op de dag van het overlijden.
Door deze wijziging gebeurt de inbreng en de inkorting van schenkingen voortaan op uniforme wijze.
C. Erfovereenkomsten
Overeenkomsten over nog niet opengevallen nalatenschappen zijn tot op vandaag verboden. Indien men toch een overeenkomst sluit dan is deze nietig. Er zijn wel enkele uitzonderingen mogelijk, zoals bijvoorbeeld een contractuele erfstelling tussen echtgenoten.
Vanaf 1 september 2018 zal de erflater zelf samen met zijn erfgenamen een erfovereenkomst over zijn nalatenschap kunnen sluiten. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat dit enkel onder strikte voorwaarden mogelijk zal zijn.
Vooreerst is het mogelijk om een globale erfovereenkomst op te stellen. Hierbij gaan ouders samen met hun (stief) kinderen overleggen over hun nalatenschap Hierbij gaat het om een evenwichtige verdeling van de toekomstige nalatenschap waarbij rekening word gehouden met vorige schenkingen. Door te anticiperen op bepaalde problemen worden latere discussies of ongelijkheden vermeden.
Een standaardvoorbeeld hiervan is dat het mogelijk zal worden om bepaalde voordelen te compenseren met schenkingen.
Stel dat de dochter van het gezin een jaar in het buitenland is gaan studeren. De zoon echter doet dit niet, om de gelijkheid te bewaren schenken de ouders aan hun zoon een bedrag dat overeenkomt met de kosten voor de studie in het buitenland. Bij het vereffenen van de nalatenschap zou de zoon op vandaag zijn schenking in de nalatenschap moeten brengen terwijl met de studies van de dochter geen rekening wordt gehouden. Dit geeft vaak aanleiding tot discussies. Met de erfovereenkomst wordt het mogelijk om de kosten van de studies en de schenking te compenseren.
Daarnaast zullen ook punctuele erfovereenkomsten mogelijk zijn. Hierbij gaat het over overeenkomsten over zeer specifieke aspecten van een schenking of erfenis. Hierbij is het niet nodig dat iedereen samen een beslissing neemt.
Met een punctuele erfovereenkomst kan men verzaken aan de vordering tot inkorting van een bepaalde schenking. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn in het kader van hulpbehoevende kinderen. De andere kinderen aanvaarden dat de ouders een grotere schenking doen aan het hulpbehoevende kind en zien af van de mogelijkheid om bij de vereffening van de nalatenschap de inkorting te vorderen.
Dergelijke erfovereenkomsten brengen grote gevolgen met zich mee. Daarom werden verschillende formele waarborgen ingebouwd zoals de verplichte tussenkomst van een notaris, wachttermijnen, toelichtingsvergadering,...
[1] Wet 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk wetboek wat de erfenissen en giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen, BS 1 september 2017.
Steenweg Deinze 124 B
B-9810 Nazareth - België
+32 (0)9 384 93 39
webmaster@bebotax.com
RPR Gent afd. Gent - BTW BE 0438.569.761
