Cashgeld: Een vergiftigd geschenk voor de handelaar?
Uitgebracht op : 07-08-2013 Uitgebracht op : 07-08-20131. Is cash een wettig betaalmiddel?
Cash is inderdaad nog steeds een wettig betaalmiddel. Eurobiljetten en – munstukken vormen overeenkomstig artikel 10 van de verordening van de Raad van de Europese Unie EG nr. 974/98 van 3 mei 1998 tot invoering van de euro (PB L 139) het wettige betaalmiddel in de lidstaten van de eurozone.
2. Kan men cashbetaling weigeren?
Aangezien de euro wettig betaalmiddel is, is een schuldeiser van een geldsom in principe verplicht om dit betaalmiddel te aanvaarden als wettelijke betaling aangezien het gebruik ervan in alle omstandigheden een bevrijdend karakter heeft.
Dit standpunt wordt als principe ook bevestigd door de Europese Commissie in haar aanbeveling 2010/191/EU van 22 maart 2010 betreffende de draagwijdte en de gevolgen van de hoedanigheid van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en – munten (PB L 83). Een weigering van contante betaling in euro is dus in principe verboden en kan ook een oneerlijke handelspraktijk (zoals verkoopsweigering) in het kader van de Handelspraktijkenwet uitmaken.
3. Kan men bepaalde stukken of biljetten weigeren?
Het feit dat eurobiljetten en – munten in de landen van de eurozone wettig betaalmiddel vormen, neemt niet weg dat partijen vrij kunnen overeenkomen over alternatieve betalingswijzen. Zij kunnen zelfs in onderlinge overeenstemming afwijken van de regel en bij wijze van uitzondering de betaling van de geldschuld met cash uitsluiten. Doorgaans volstaat het gezonde verstand van consumenten en verkoper om problemen te voorkomen.
De verkoper kan hem aangeboden biljetten slechts weigeren op grond van objectieve criteria. Een en ander wordt verduidelijkt in een memorandum van juni 2005 van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, beschikbaar op de website van de Nationale
Bank van België via de link: http://www.nbb.be/doc/ts/Eurosystem/15_Memorandum_weigering_bankbiljetten_door_verkopers_juni_2005.pdf
Dit document werd eveneens als bijlage gevoegd bij dit artikel.
Het meest evidente objectieve criterium op grond waarvan een eventuele weigering van bepaalde coupures gewettigd kan geschieden is het beginsel van de evenredigheid. Een klant die een laaggeprijsd product betaalt met een coupure waarvan de waarde aanzienlijk hoger is, brengt ongemakken, kosten en risico’s mee voor de verkoper, die zich verplicht ziet om een aanzienlijk volume aan wisselgeld terug te geven, in die mate dat de mogelijkheid om geld terug te geven aan de volgende klanten in het gedrang komt of dat hij verplicht is om een grote voorraad cashgeld bij te houden, met alle veiligheidsrisico’s van dien. Voor coupures van € 500,00 of € 200,00 zal de verkoper van onevenredigheid mogen uitgaan wanneer het te betalen bedrag minder dan 50 % van de waarde van de gebruikte coupure bedraagt. De Europese Commissie beveelt hier aan zich te richten naar het “beginsel van de goede trouw” en geeft als voorbeelden de detailhandelaar die niet over voldoende wisselgeld beschikt en het ontbreken van de redelijke verhouding tussen de waarde van het bankbiljet en de verschuldigde som.
Ook andere factoren kunnen in aanmerking worden genomen, zoals de gemiddelde waarde van de producten die de verkoper te koop stelt of het gemiddelde bedrag van de aankopen die gewoonlijk cash worden betaald bij deze verkoper. Die criteria laten de verkoper toe om te bepalen welk volume aan cashgeld hij gewoonlijk dient aan te houden. Een verkoper die binnen de perken van deze criteria blijft, moet dit bovendien niet aankondigen.
Een verder criterium dat een eventuele weigering van cashbetalingen zou kunnen rechtvaardigen is een uitzonderlijke en tijdelijke veiligheidsreden, zoals een of meerdere overvallen op of diefstallen bij een verkoper of in de naaste omgeving. In dit geval is het wel aangewezen om de klanten voorafgaand op de hoogte te stellen van de weigering tot ontvangst van cashbetalingen. De verkoper zal dit op leesbare en ondubbelzinnige wijze moeten aankondigen met affiches aangebracht aan de ingang van de zaak en in de nabijheid van de kassa’s.
Uiteraard kan een verkoper een biljet ook weigeren wanneer een onderzoek volgens de voel-kijk-kantel-methode, die door de Europese Centrale bank wordt aanbevolen, hem ernstige redenen geeft om te denken dat het om een vals biljet gaat.
Andere betaalmiddelen, zoals een betaalkaart of een overschrijving, mag een schuldeiser weigeren. Het moet dan wel duidelijk aangekondigd zijn dat hij die betaalmiddelen niet aanvaardt.
4. Kan men het totaal aantal stukken of biljetten beperken?
Artikel 11 van de boven geciteerde verordening voorziet dat geen enkele partij kan verplicht worden om voor een enkele betaling meer dan 50 muntstukken te aanvaarden. Voor biljetten bestaan geen vergelijkbare regels.
5. Hoeveel kan men nog cash betalen?
Bovenstaande regels dienen wel te worden toegepast binnen de wettelijk voorziene limieten waarbinnen men contant kan en mag betalen. Deze grens was tot vorig jaar vastgesteld op € 15.000,00, overeenkomstig de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van financiële stelsels voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (B.S. 9 februari 1993). Deze beperking gold enkel voor de prijs die handelaars ontvingen voor de verkoop van goederen.
Met ingang van 16 april 2012 (programmawet van 29 maart 2012, B.S. 6 april 2012) werd deze limiet verlaagd. Indien de prijs € 5.000,00 of meer bedraagt, mag contante betaling enkel nog worden ontvangen voor een maximumbedrag van 10 % van de prijs, met een absoluut maximum van € 5.000,00. Bovendien werd het toepassingsgebied uitgebreid, zodat niet enkel verkopen van goederen, maar ook dienstprestaties onder de beperking vallen. Vanaf 1 januari 2014 zal deze limiet verder verlaagd worden naar € 3.000,00. Vanaf dat ogenblik zal tevens voor de aankoop van een onroerend goed niets meer cash mogen betaald worden.
Wie boven deze limieten een cashbetaling accepteert, is verplicht om bij de Cel voor financiële informatieverwerking (de zogenaamde witwascel) de personen van wie zij deze contante betaling ontving te melden. Dit kan op het volgende adres:
Cel voor Financiële Informatieverwerking
Gulden Vlieslaan 55 bus 1
1060 Brussel
Wie dit niet doet, riskeert een boete van € 250,00 tot € 250.000,00, waarvan het maximum vastgesteld is op 10 % van het bedrag dat ten onrechte in cashgeld werd ontvangen. De schuldeiser en de schuldenaar zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van deze boete.
6. Verplichte bankrekening voor de handelaar
Volledigheidshalve voegen wij hieraan toe dat een handelaar reeds sinds jaar en dag overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 56 van 10 november 1967 tot bevordering van het gebruik van giraal geld (B.S. 14 november 1967) verplicht is om houder te zijn van een bankrekening. Handelaars mogen in hun onderlinge relaties dus ook een betaling per overschrijving in principe niet weigeren.
Steenweg Deinze 124 B
B-9810 Nazareth - België
+32 (0)9 384 93 39
webmaster@bebotax.com
RPR Gent afd. Gent - BTW BE 0438.569.761
