Aanslagtermijnen in de inkomstenbelastingen: een overzicht
Uitgebracht op : 11-08-2016 Uitgebracht op : 11-08-2016De programmawet van 1 juli 2016 (BS 4 juli 2016) bevat een aantal bepalingen die de regeling met betrekking tot de aanslagtermijnen wijzigt.
Aanslagtermijnen zijn termijnen waarbinnen de fiscale controlediensten de belastingaanslag in de directe belastingen (personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting van niet-inwoners) kunnen vestigen. De vestiging gebeurt door de inkohiering.
Deze aanslagtermijnen zijn vervaltermijnen. Dat betekent dat na het verloop van deze termijn de belastingadministratie de mogelijkheid verliest om nog een aanslag te vestigen. De termijn kan niet gestuit of geschorst worden en wordt niet verlengd wanneer het einde op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt.
Wij geven u hierbij een overzicht van deze aanslagtermijnen zoals ze na de wijziging door de programmawet in voege zijn.
A. Gewone aanslagtermijnen
|
Soort aanslagtermijn |
Aanslagtermijn |
Wettelijke basis |
|
Aanslagtermijn bij reguliere aangifte |
Tot 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar, met een minimum van zes maanden vanaf de datum waarop de aangifte door de administratie is ontvangen |
Art. 353 lid 1 W.I.B. 1992 |
|
Aanslagtermijn bij voorstel van vereenvoudigde aangifte |
Tot 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar, met een minimum van zes maanden vanaf de datum waarop het voorstel van aangifte door de administratie werd opgestuurd |
Art. 353 lid 2 W.I.B. 1992 |
|
Aanslagtermijn bij niet-aangifte, laattijdige aangifte of niet-correcte aangifte |
Gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar |
Art. 354 lid 1 W.I.B. 1992 |
|
Aanslagtermijn in geval van fraude |
Termijn van drie jaar wordt uitgebreid tot zeven jaar |
Art. 354 lid 2 W.I.B. 1992 |
De aanslagtermijnen komen overeen met de onderzoekstermijnen. Di betekent dat de administratie binnen deze termijn fiscale controles kan uitvoeren.
B. Bijzondere aanslagtermijnen
In bepaalde gevallen heeft de administratie toch nog de mogelijkheid om de aanslag te vestigen, zelfs nadat de bovenvermelde termijnen zijn verstreken.
|
Soort aanslagtermijn |
Aanslagtermijn |
Wettelijke basis |
|
Wanneer een fiscale controle uitwijst dat de bepalingen m.b.t. roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing zijn overtreden in de loop van een van de vijf jaren voorafgaand aan de vaststelling van de inbreuk |
Twaalf maanden te rekenen vanaf het vaststellen van de inbreuk |
Art. 358 §1, 1° en art. 358 §2, 1° W.I.B. 1992 |
|
Wanneer inlichtingen uit het buitenland of een fiscale onderzoeken in het buitenland uitwijzen dat inkomsten niet werden aangegeven in de loop van een van de vijf jaren voor de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht (of zeven jaren in geval van fraude) |
24 maanden vanaf de datum waarop de administratie kennis krijgt van deze inlichtingen |
Art. 358 § 1, 2° W.I.B. 1992 en art. 358 § 3 W.I.B. 1992 |
|
Wanneer een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in een van de vijf jaren voor het jaar waarin de rechtsvordering werd ingesteld |
Twaalf maanden vanaf de datum waarop tegen de beslissing over de rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend |
Art. 385 § 1, 3° en art. 358 §2, 2° W.IB. 1992 |
|
Wanneer bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van een van de vijf jaren voor het jaar waarin de administratie kennis krijgt van die gegevens |
Twaalf maanden vanaf de datum waarop de administratie kennis krijgt van deze gegevens |
Art. 358 §1, 4° en art. 358 §2, 3° W.I.B. 1992 |
|
Wanneer er na een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure in toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990 nog belastingen verschuldigd zijn |
Twaalf maanden vanaf de datum waarop de procedure is beëindigd |
Art. 358 § 1, 5° en art. 358 §2, 4° W.I.B. 1992 |
Deze bijzondere aanslagtermijnen openen als algemene regel geen nieuwe onderzoekstermijn.
De programmawet van 4 juli 2016 heeft evenwel ook een nieuwe onderzoekstermijn ingevoerd in het geval buitenlandse inlichtingen uitwijzen dat inkomsten niet werden aangegeven. De onderzoekstermijn bedraagt 24 maanden te rekenen vanaf de datum dat de administratie kennis krijgt van deze gegevens.
Steenweg Deinze 124 B
B-9810 Nazareth - België
+32 (0)9 384 93 39
webmaster@bebotax.com
RPR Gent afd. Gent - BTW BE 0438.569.761
